Overveen, ‘Parnassia’

Ik loop de NS Kennemerduinen route liefst achterstevoren, vooral bij windkracht 7 of meer.

Comfortabel met de trein naar Zandvoort aan Zee en vanaf daar word je dan over het strand geblazen, de zuidwester in de rug en huizenhoge golven alom. Zolang het zonnetje nog schijnt zijn er de grote wolkenluchten en de jonge zilvermeeuwen die zich moeizaam verheffen of opzij moeten trippelen. Als het begint te regenen krijg ik mijn fladderende regenjas nauwelijks aan. Daarna kleppert de capuchon zo vervaarlijk dat herinneringen aan woeste zeiltochten boven komen. De zee neemt steeds grotere delen van het strand in beslag en de huisjes bij Bloemendaal zitten goed dicht. Wat doen die mensen daarbinnen? Een potje pesten misschien. Ik krijg intussen een flinke massage van zand tegen mijn benen, door de natte broek heen. Daar kan geen scrub beurt tegenop. Als het even droog wordt en de zon door de wolken breekt tonen de golven witte schuimkoppen tegen een zwarte lucht. Van zoveel grijstinten word ik lyrisch:

Hoe het zand over het strand stuift

als liggende slierten rook

hoe het helmgras huivert

trillende lippen

hoe hier grijs troost biedt

als een streep hemel open kiert.

Bij Parnassia aangekomen is het warm en comfortabel, maar ik moet eerst naar de wc en dat is een verhaal apart.

Ze hebben een slimme oplossing bedacht voor al die strandgangers die hier gratis de toiletten bevuilen. Er is een nieuw gebouw neergezet met een toegangspoortje. Voor 50 cent mag je erin en die bon wordt binnen van je rekening afgetrokken. Handig bekeken. Iets minder leuk is het stiekem bekeken worden: de dames wassen hun handen met uitzicht op een spiegel, de heren staan voor de pisbak met uitzicht op de dames. Die weten daar niks van, er zit een one way screen tussen. Wel staat er de vreemde tekst op die spiegel: ‘Let op! Confrontatiespiegel’ Confrontatie met wat? De onzichtbare mannenblik die zich vermaakt met de vrouw die haar lippen stift, haar bh bandje schikt of voorover buigt om de handen onder de droger te houden (wat zit die toch raar laag)? De architect die dit ‘grapje’ bedacht is vast geen vrouw geweest en ik ben de journalist die het geheim onthulde – met foto vanuit het mannentoilet – daar dankbaar voor.

Het restaurant van Parnassia bestaat al zo lang als ik in Amsterdam woon, sinds de 70-er jaren dus. Altijd een toevluchtsoord bij woeste zeeën geweest en nu opnieuw ingericht met Dutch design en een aantrekkelijke zelfbediening met sapjes en hapjes die het kiezen moeilijk maken. Dus val ik terug op mijn vertrouwde broodje kroket, dat ter plekke voor me wordt gebakken. ’s Winters is daarbij ook nog warme wijn te bekomen die je zelf tapt uit een stoer eikenhouten vat. Dat de terugweg daardoor wat zwaarder loopt heb ik er graag voor over.

Het voordeel van deze inrichting is ook dat je als eenling overal kunt gaan zitten, als er een  plek vrij is kies je gewoon het mooiste uitzicht op zee. Alle wandelaars zijn hier even welkom, alleen of in groepen, lijkt het.

 Op een zomerse dag is er altijd plek op het terras.

Als ik jaren later langs kom word ik bediend, maar de logistiek is een lachertje. Ik heb moeten leren om assertief te zijn, te wenken en te vragen. Want de jongens van de bediening lijken vooral gekozen op hun uiterlijk.  Die mooie jongens lopen hier dan rond met een hulpeloze blik in hun ogen. Dat raakt mijn moederhart en ik loos ze door de problemen, dat is: hun werk doen. Maar daar zit ik hier niet voor. De witte wijn is bijna op als de kroket arriveert maar ik kan niet bijbestellen bij het meisje dat het eten brengt. Mijn aardige buurman ziet het gebeuren en weet de jongen mijn kant op te lokken. Een onbeholpen organisatie dus, toch blijf ik komen vanwege de plek en de zon. De mensen om mij heen blijken ook vaak te verzachten door die onhandige jongens, waardoor iedereen tenslotte krijgt wat hij hebben wil. En moet smelten. Is dat een voor- of een nadeel van deze tent?

Geheel uitgerust vervolg ik mijn route door de duinen naar Overveen. Dankzij de duinpannen en de bossen voel je de wind hier nauwelijks, al hoor je hem nog steeds tekeer gaan. Ik passeer andere alleengaanders, of eerlijker, zij passeren mij. Het lijkt hier wel volstrekt normaal: alleen-er-op-uit!

Op het station in Overveen is het gedaan met de rust: hier kwetteren de hogeschoolstudenten hun toekomst tegemoet, tot in de trein.

Helaas, het gaat bergafwaarts met Parnassia. Het restaurant heeft een metamorfose ondergaan richting commercie. Voordeel: voor het eerst sinds 15 jaar is de wc schoon. Wel hangt er op het damestoilet een advertentie voor hulp in de bediening. De bedrijfsleider moet wanhopig zijn. Hij biedt in ruil voor een baan een vakantie op Ibiza ‘met drie vrienden’. Vrouwen blijven hier buiten zicht, al is er nu eentje op het terras die al die mooie jongens moet aansturen, vrees ik.

De zucht naar winst slaat toe, zoals gezegd. Ik kan wel één kroket willen bestellen maar moet de prijs van twee betalen want dat staat op de kaart. ‘De computer, begrijpt u?’ Welnee,  de commercie, maar ik ga er nu geen ruzie over maken.

De volgende keer wel, als de prijzen na een maand alweer gestegen zijn en zich boven het niveau van Amsterdam centrum bevinden. € 9,50 voor een broodje kroket? Dat gaat me te ver. De jongen begrijpt het zuchtend maar kan er niks op verzinnen, dus ik vertrek. Op het strand eet ik mijn lekkere zelfgemaakte broodjes met een kleintje wijn, innig tevreden.

Einde Parnassia, wat mij betreft. Niet omdat je er niet lekker alleen kan eten maar omdat het een slechte tent is geworden.

www.parnassiaaanzee.nl

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.